Ronde van Frankrijk 2021: parcours

Hier plaatsen de schrijvers hun voor en na beschouwingen en kunnen de leden reageren. Leden worden verzocht hier geen topic te openen.
Post Reply
DE WIELERBIZON
Schrijver
Posts: 10
Joined: Tue Oct 20, 2020 3:24 pm

Ronde van Frankrijk 2021: parcours

Post by DE WIELERBIZON »

Etappe1: Brest - Landerneau (187 km)

Eindelijk weer in de vertrouwde zomermaand zal de Tour van start gaan. In het land van de Das is de grote start. Dat Bernard Hinault er zelf bij zal zijn is wel een zekerheidje. Er zullen Franse vlaggen wapperen maar bij lange na halen ze het niet van de zwart witte strepen die de trots van Bretagne doen gelden. De eerste etappe is altijd spannend. Nerveus getrappel dat vaak tot grote valpartijen leidt. Het is een dag die niet voor de snelle mannen dreigt te worden. In Landerneau ligt de Cote de la Fosse aux loups. Een klim die 3 kilometer lang is en vooral in het begin steil is. Het peloton zal vol naar die laatste pukkel toe springen. Het parcours is geglooid maar nooit te zwaar. Het lijkt alsof de Fransen, Roi Julian in de Maillot Jaune willen zien. En toch zal je snel moet aangaan aangezien de klim afneemt en je zo de taaie sprinter in het zadel helpt. Denk aan Ewan op de Poggio of iemand als Laporte of Matthews. Voor mannen als Van Aert zijn denk ik de stalorders van belang. Mag hij al gelijk vol aan gaan of is Roglic belangrijker? Of waarom zou Primoz niet zelf de eerste boodschap versturen. Dat deze eerste etappe zeker geen een-tweetje wordt is duidelijk. Iedereen zal bij de les moeten zijn. En als ze willen weten hoe je een tik uit moet delen is er deze goede raad. Vraag het De Das!

Image

Etappe 2: Perros-Guirec - Mur de Bretagne ( 183,5 km)

De tweede etappe is niet heel anders als de eerste. De hele dag is het op en af fietsen met aan het einde een pittige finishheuvel. Net als de dag ervoor liggen er verschillende vierde en derde categorie klimmetjes die een lekkere strijd voor de bollen zullen opleveren. Vandaag zal het nog iets zenuwachtiger worden. In het middenstuk van de rit zijn er grote open stukken en aangezien de wind in deze streek vaak vrij spel heeft zouden de echelons wel eens tevoorschijn kunnen komen. Dat zou het hele karakter van deze etappe compleet veranderen. Aan het einde ligt de muur van Bretagne. Steeds vaker doemt hij op in de Tour de France parcours. Ook al is hij nog niet zo populair als zijn grote broer uit Huy. Deze muur geeft altijd spektakel. Twee keer mogen ze hem op knallen. Als ze de eindklim doen is het niet vanuit een afdaling maar vanaf een valsplat stuk. Iets minder punch en iets meer klim. De kanshebber en de voorwaardes zijn precies hetzelfde. Wie wordt de koning van Bretagne?

Image

Etappe 3: Lorient - Pontivy ( 182,7 km))

De derde etappe is voor 99.9% een prooi voor de sprinters. Net als de ridders bij het kasteel van Rohan zitten ze op hete kolen. In Pontivy ligt de streep voor het imposante kasteel waar er tijdens veldslagen vooral werd gevochten door hete spullen naar beneden te gooien. Of daar dan huisgemaakte sambal badjak bij zat kon ik niet terughalen. Het zal wel een dag zijn waar de commentatoren vooral dit soort verhalen uit de kast gaan halen. Ik verwacht een groep of een eenling vooruit die dan de hele dag vooruit fietst. Vervolgens wordt ingerekend en het rode rugnummer verdiend. De laatste kilometers zal het peloton voor uit razen op zoek naar de streep. De ene trein zal knokken tegen de andere trein. Schouders raken schouders. En dan gaan ze los. De spierbundels worden tot in de kleinste mitochondriën aangesproken. En dan is er die banddikte die uit gaat maken wie er wint. De koninklijke sprint in Pontivy!

Image

Etappe 4: Redon - Fougeres (150,4 km)

Voordat het peloton de grenzen van Bretagne verlaat is er nog deze korte etappe. 150 km met wederom een grote sprinters kans. Ze proberen hoogstwaarschijnlijk hiermee de vlakke slaapritten tot powernap te promoveren. Er zit geen klim in met een categorie en de inspanning is relatief kort. Het zal een finale worden met een vol peloton dat nog superfit is. Het is uiteraard spektaculair maar ik houdt mijn hart wel een beetje vast. Hopelijk is er mooie strijd tussen de ouwe moerassen van Fougeres.

Image

Etappe 5: Change - Laval (27,2 km)

Al erg vroeg in de ronde is er de individuele tijdrit. Met ongeloof denken we nog terug aan die dag op de planche. Vandaag is het zaak voor Primoz om even een statement te maken. Met nog geen berg in de benen mag het gashendel open. Een parcours met wat kleine oplopende stroken maar vooral prima te doen. Tijdens de punchers ritten zullen de toppers elkaar nog niet erg gekraakt hebben en hopelijk blijven ze veilig tijdens de sprintersritten. Vandaag is de eerste afspraak. Wat zal de spanning om te snijden zijn. Vanaf de start ben je alleen en hangt alles af van 27,2 kilometer. In Laval zal de eindafrekening zijn. Je moet hier al goed genoeg zijn om aan te blijven haken dus pieken in de derde week is dit jaar niet heel verstandig.

Image

Etappe 6: Tours - Chateauroux (160,6 km)

Nadat de storm is gaan liggen geven we weer een sprinters rit cadeau. Het is inmiddels de derde in zes dagen tijd. Nou kan het wel alle kanten op hoor. Want ooit was er in deze streek een ijzingwekkende waaieretappe. In 2013 verloor Froomey en een dikke minuut op El Pistolero. Toen won Cavendish de etappe en ook vandaag lijkt er een rappe jongen te gaan winnen. Of de Cav express het is valt te bezien. Het zal wel voor de komende dagen genoeg zijn voor de sprinters. Pas in etappe 10 mogen ze weer opdraven. Je mag wel zeggen dat er genoeg kansen zijn, en zeker als je het naast de andere grote rondes legt.

Image

Etappe 7: Vierzon - Le Creusot ( 249,1 km)

150 kilometer lang is het een heerlijk ritje met weinig obstakel. Het voelt als een rit waarvan ze er al veel hebben gehad deze ronde. En waar het dit jaar normaal is om dan af te sprinten duiken ze vandaag nog 100 kilometer heuvelgebied in. Hier is er nog een kleine LBL af te werken. Overal is het klimmen en dalen. Drie beklimmingen zijn dan gecategoriseerd. De klassieker specialisten hebben 100% deze dag aangekruist. Na dit gedeelte is er de volgende klim. De Signal d'Uchon . Een nieuwe aanwinst in de familie van Tourbeklimmingen. Het is een klim in twee stukken. Ze beginnen relatief eenvoudig om vervolgens na een stuk dalen nog 1500 met tussen 11,5 en 18% voor de kiezen te krijgen. Het is nog 18 kilometer dus met alleen een punch kom je er niet. Je moet nog een reservetank hebben om door te halen. Met nog een kleine klim op acht kilometer kunnen de benen nog flink afgesneden worden. Je moet van goede huize komen om in Le Creusot de winnen. Heb je pech of een slechte dag kan vandaag wel eens de eerste mokerslag komen. Dat het een finale is om je vingers bij af te likken is wel een zekerheidje.

Image

Etappe 8: Oyonnax - Le Grand Bornand (150,8 km)

En eindelijk is daar dan de eerste bergetappe. Heerlijk op zaterdag als de hardwerkende man of vrouw thuis is. Als het weer het toe laat steken we de bbq aan het genieten we van de Tour de France op zijn best. De eerste honderd kilometer is heuvelrijk maar nog niet al te moeilijk. Dus als je je spareribs in de rub wilt zetten en de kolen wilt opstoken zou ik dat hier gaan doen. Die laatste 50 kilometer is het alle hens aan dek. Eerst is er de Côte de Mont Saxxonex. Een korte steile klim die voelt als een vlakke hand in je gezicht. Je bent direct wakker en beseft op dat moment dat de Tour echt is begonnen, 5,7 km tegen 8,3% gemiddeld.
Nadat de renners de afdaling hebben gehad volgt de siamese tweeling. Col de la Romme waarvan ik dus echt wil weten of Gianni daar ooit eens tegenop gefietst heeft en daar aan vast geplakt ligt de Col de la Colombiere. In totaal is dit duo 22 kilometer lang pure marteling. De Romme met 8,8 km en de Colombiere met 7,5 kilometer. Daartussen zal er toch wel een coup komen in de afdaling? Als ze boven zijn op de Colombiere is er nog een lange afdaling die de renners richting Le Grand Bornand doet vliegen. Hier zal er de finish zijn. De vraag is of de toppers durven aan te vallen. Wat heeft de tijdrit voor gevolgen gehad? Of blijven ze in de luwte? Dat het parcours ruimte biedt voor strijd is een ding wat zeker is!

Image

Etappe 9: Cluses - Tignes (144,9 km)

Wie kan zich nou niet de beelden uit 2019 herinneren? Modderstromen die vanuit de bergen over de weg heen kwamen. Beelden van shovels die met alle macht schade wilde herstellen.Tignes kreeg niet zijn aankomst. En de Tour zou de Tour niet zijn als ze toch terug komen. Deze dag zal Tignes de plaats zijn waar voor de rustdag de pleuris uitbreekt. Althans dat hopen we. De renners hebben genoeg te klimmen. Met de korte maar steile Cote de Domancy kunnen de vluchters redelijk snel veel ruimte maken. Daarna is er de klim van de Col des Saisies die met 9,4 km en 6,2% al best pittig is. Bovenop is er ongeveer 50 kilometer gefietst. De vraag is natuurlijk of de vluchters ruimte krijgen of dat er een strijd van de favorieten gaat komen. De eerste HC klim is de Col du Pré. Met 12,6 km en 7,7% is deze onbekende klim een flinke dobber. Vlak daarachter zit de Cormet de Roselend of eigenlijk het laatste deel. Nog 5,7km ervan. Met nog 30 kilometer aan afdaling en vallei zou je niet rekenen op kneiterhard vuurwerk. Het zal denk ik wachten zijn op de Montée de Tignes. Het is een lange klim van 21 kilometer. Dat hij niet al te lastig is qua steilte zal denk ik niet kunnen voorkomen dat er gevochten gaat worden. Een tempoklim waar waarschijnlijk vooral de deur achter open wordt gezet. Of durft er iemand aan te vallen. Bovenop is het twee kilometer vlak naar de finishlijn.

Image

Etappe 10: Alberville - Valence (190,7 km)

Na de rustdag is het weer tijd om rustig op te starten. Met een klimmetje van vierde categorie en wat kleine heuveltjes zou het voor de sprinters een prima dagje kunnen worden. De start is in Albertville waar TeamNl waarschijnlijk hun meest dramatische spelen van de laatste tijd heeft gehad. Alleen good old Bartje Veltkamp wist er goud te halen om vervolgens Belg te worden. Maar goed dat we er vandaag snel uit zijn. In een rechte lijn trekken we naar Valence. De geboorteplaats van Charly Mottet. Meestal wint hier een sprinter en ook vandaag lijkt alles op een massaspurt uit te lopen. In de vallei van de Rhône is er genoeg wind voor waaiers dus hoop op een verrassing blijft leven.

Image

Etappe 11: Sorgues - Malaucène (198,9 km)

Eerst even een dikke 70 kilometer afleggen voordat het gaat beginnen. Een soort supertje Ventoux. Nadat de renners de Col de Liguière gehad hebben begint de ronde van de kale berg. Eerst gaan ze vanaf Sault die tot aan Chalet Reynard goed te doen is. Vanaf daar is het de kale vlakte naar boven waar die befaamde rood-witte mast is. Hier is ook die plek waar Tommie Simpson op zijn fiets werd gehesen terwijl zijn licht al voorgoed gedoofd was. Eenmaal boven dalen ze af richting Malaucène. Vanaf daar maken ze de oversteek naar Bedoin. De legendarische en misschien wel de originele start van de klim. Deze kant is beschreven in vele boeken en documentaires.
Bedoin is een dorpje met zandkleurige huizen die er vredig bij liggen, Als je het niet weet kan je niet vermoeden dat hier de poort van de hel ligt. De eerste kilometers zijn goed te doen en je kan er een mooi ritme vinden. Dan is er dat verdraaide Bos die de fietsers opslokt alsof ze een middagsnack zijn. Je zal moeten knokken om door het bos te geraken. Bij Chalet Reynard lijk je even bevrijd maar het maanlandschap verteld een ander verhaal. Als een astronaut zal je moeten strijden. De renners zitten hier vol in finale. Je wil niet alleen maar boven komen , je moet ook een voorsprong hebben. Want de zendmast is niet de eindstreep. Diep onder in het dal ligt de meet in Malaucene. Ze zullen vandaag geen malloot zijn maar een beetje gek toch zeker wel!

Image

Etappe 12: Saint-Paul-Trois-Châteaux – Nîmes (161 km)

Een dag na de zware dubbele beproeving op de Mont Ventoux worden de renners aardig gespaard. De twaalfde etappe naar het prachtige Nîmes is ideaal voor de sterkere sprinters in het peloton. Onderweg worden drie heuvels beklommen, maar dit moet ook geen probleem zijn voor de pure sprinters. Wél als er ouderwets oorlog wordt gemaakt in het peloton, maar voelt iemand zich daarvoor geroepen?

Aangezien er relatief veel sprintkansen zijn deze Tour, bestaat ook de mogelijkheid dat de avonturiers de ruimte krijgen. Wie wil er niet winnen in het ‘Franse Rome’? In 2019 ging na een vergelijkbare etappe de winst naar Caleb Ewan. Dylan Groenewegen spurtte toen naar de derde plek.

Image

Etappe 13: Nîmes - Carcassonne (220 km)

Op de tweede vrijdag van de Tour de France doorbreken we weer eens de 200-kilometergrens. De etappe wordt sowieso een reclame voor de plaatselijke VVV, maar of het ook een reclame wordt voor het wielrennen? Dat is af te wachten, met onderweg slechts één gecategoriseerde klim. Het meest waarschijnlijke scenario is dat deze etappe van Nîmes naar Carcassonne wordt betwist in een massasprint.

Deze toeristische trekpleister maakte in 2018 ook deel uit van de Tour. Magnus Cort Nielsen won er, terwijl Bauke Mollema er derde werd. Overigens moet aangetekend worden dat die 15e etappe in de Ronde van Frankrijk vele malen zwaarder was dan deze rit.

Image

Etappe 14: Carcassonne – Quillan (184 km)

De finishplaats van gisteren is in het weekend ook de startplaats. De prachtige Middeleeuwse stad staat op de werelderfgoedlijst van UNESCO en wordt mede daarom de laatste jaren steeds vaker aangedaan. De renners hebben daar geen boodschap aan; zij zijn bezig met het leveren van goede prestaties in de Tour. Voordat we de Pyreneeën aandoen, moet eerst deze heuveletappe naar Quillan volbracht worden.

De laatste 100 kilometer van deze Tourrit zijn aantrekkelijk en nodigt uit tot aanvallen door sterke klassiekercoureurs met klimmersbenen. Liefst 6 beklimmingen en muurtjes zijn er onderweg, zoals de Col de Montségur (4,4 km à 8,1%) en de Col de Saint-Louis (5,1 km à 6,8%). Ideaal voor een renner als Lutsenko. Een ploeg die wat achterstaat in het klassement kan hier zomaar eens een bommetje droppen voordat we weer écht gaan klimmen.

In 2013 kwam de Tourkaravaan ook door Quillan, maar finishte het uiteindelijk in Ax-3 Domaines. Chris Froome legde daar toen de basis voor zijn eerste Tourzege.

Image

Etappe 15: Céret – Andorra la Vella (191,5 km)

Hallo Pyreneeën! Op zondag 11 juli staat behalve de EK-finale nog een mooi affiche op het programma: een bergetappe naar Andorra. Én we bereiken vandaag het dak van de Tour. Voordat we daar komen is er een relatief vlakke aanloop vanuit startplaats Céret. Halverwege de 15e etappe doemt de eerste serieuze beklimming op: de Montée de Mont-Louis (12,5 km à 5,6%). Daarna mogen de renners via de Col de Puymorens naar het hoogste punt in deze Tour. Op 2406 meter hoogte ligt namelijk de top van de Port d’Envalira (10,7 km à 5,9%). De zwaarte zit hem niet in het stijgingspercentage, maar in de hoogte. Na een lange afdaling volgt in Andorra de Col de Beixalis, een heftig toetje na al dat klimmen. Grote kans dat het op deze klim (6,6 km à 8,3%) tussen de favorieten pas losgaat. Als we daar boven zijn, is het nog 14 kilometer dalen naar de finish. Laatste winnaar hier? Vincenzo Nibali (Vuelta 2017).

Image

Etappe 16: Pas de la Case – Saint-Gaudens (170 km)

Een dag na de welverdiende rustdag is er een grote kans dat de klassementsrenners een relatief ‘rustige’ dag krijgen. Het parcours is zwaar, maar leent zich bij uitstek voor sterke aanvallers en klassementsrenners die hun ambitie voor de gele trui overboord hebben moeten kieperen.

Direct uit de start is een lange afdaling, waarna na een kilometer of 40 de weg langzaam omhoogloopt. Hét moment voor de definitieve vluchtersgroep. Allereerst beklimmen de renners de Col de Port (16 km à 4,8%). Na de afdaling en een stukje in het dal gaat het weer 14 kilometer omhoog met een gemiddelde stijging van 6,3%. Niet heel steil en dat geldt ook niet voor de volgende langere beklimming, de Col de Portet d’Aspet. En als je deze klim hoort, gaan de herinneringen altijd terug naar die fatale val van Olympisch kampioen Fabio Casartelli.

Ongetwijfeld wordt daar ook deze Tour aan gedacht, maar het peloton denkt nu vooral aan de dagzege. Na de top van de d’Aspet is het nog ruim 30 kilometer naar de finish in Saint-Gaudens. Kort voor de streep is er nog een mini-beklimming wat mogelijk de doorslag geeft in deze overgangsrit. Een etappe op het lijf geschreven van de tweevoudig ritwinnaar in 2020, Soren Kragh Andersen.

Image

Etappe 17: Muret – Saint-Lary-Soulan (178 km)

Het is quattorze juillet. En dat betekent: de Franse feestdag. Of dat we een Franse ritwinnaar gaan zien, is maar de vraag. In de laatste 20 jaar wonnen slechts 4 Fransen de etappe op 14 juli. Jalabert (2001), Virenque (2004), Moncoutie (2005) en Barguil (2017) zorgden ervoor dat het Franse volk in extase raakte.

Vandaag lijkt het er ruim 110 kilometer op dat we bezig zijn aan de zoveelste sprintersetappe. Niets is minder waar. Na die vele vlakke kilometers gaat het drie keer stevig omhoog. De Col de Peyresourde is de eerste (12,7 km à 6,9%), waarvan de top op 50 kilometer van de finish in Saint-Lary-Soulan ligt. Daarna wacht de Col de Val Louron-Azet (7,5 km à 7,7%).

Alsof het nog niet genoeg is, volgt daarna de apotheose op de Col du Portet. Deze slotklim is super lastig en gaat voor grote verschillen zorgen in het klassement. Heb je je dag niet, dan krijg je minuten aan je (wielren)broek. Na 16,3 km à 8,6% is er een bergop finish. Kan Primoz Roglic hier een slag slaan?

Image

Etappe 18: Pau – Luz Ardiden (130 km)

In het tweeluik in de Pyreneeën kan het klassement goed opgeschud worden. Vandaag opnieuw een lange aanloop naar twee klassieke klimmen in de Tour de France. De etappe is slechts 130 kilometer, maar met twee monstercols in de laatste 50 kilometer is het tóch rete zwaar. De laatste dag om de felbegeerde bolletjestrui te veroveren/verstevigen.

De renners krijgen eerst de Col du Tourmalet op hun bordje. Ruim 9 kilometer klimmen aan een gemiddeld stijgingspercentage van 8,8% én naar 2100 meter hoogte. Welke ploeg gaat hier al oorlog (durven te) maken? Na een lange afdaling gaat de weg weer omhoog naar finishplaats Luz Ardiden. Dat is een vrij gelijkmatige klim (13,6 km à 7,5%), maar zeker geen kattenpis.

De laatste winnaar op deze berg was Olympisch kampioen Samuel Sanchez in 2011. In het oranje shirtje van Euskaltel versloeg de latere bergkoning Jelle Vanendert in een sprint-a-deux. Maar als je Luz Ardiden zegt, gaan de herinneringen het meeste uit naar de overwinning van ene Lance Armstrong in 2003. Armstrong kwam, samen met Iban Mayo, ten val doordat een zakje aan zijn stuur bleef haken. Grote concurrent Jan Ullrich ‘wachtte’ op de Amerikaan, maar dat kwam hem duur te staan. Armstrong vloog daarna naar de overwinning.

Image

Etappe 19: Mourenx – Libourne (203 km)

Over deze rit kunnen we vrij kort zijn. Ruim 200 kilometer trekt het peloton vanuit Mourenx noordwaarts. Als de honger van de sprintersploegen gestild is, kunnen de vluchters vandaag toeslaan en met een minuut of 20 voorsprong op het peloton binnenkomen in Libourne. Zijn er sprinters die nog goede benen hebben en die niet kunnen wachten tot de Champs-Élysées? Dan wordt het een massasprint. In alle andere gevallen gaan we een aanvallende winnaar hebben. Het parcours is overwegend vlak. In 1992 deed de Tour voor het laatst Libourne aan. De Nederlandse ploeg Panasonic won toen de ploegentijdrit. Een tijdrit van ruim 60 kilometer, waar blijft de tijd.

Image

Etappe 20: Libourne – Saint-Emilion (30,5 km, ITT)

Op de voorlaatste dag wordt het eindklassement definitief gemaakt. Krijgen we net als vorig jaar nog een andere geletruidrager (boehoe) of is er nog een strijd om de overige podiumplekken? Voor de neutrale kijker is dat wél te hopen, maar voor de fans van de man in het geel wil je vooral dat hij ná de race tegen de klok nog steeds die trui heeft. Zo’n ontknoping als vorig jaar is niet goed voor je hart.

In de overwegend vlakke tijdrit van ruim 30 kilometer wordt er niet met minuten gesmeten, maar in 1996 deed Ullrich dat wél. De ontketende jonge Duitser reed de nummer laatst op liefst 16 minuten en 29 seconden. Wél moet aangetekend worden dat ook deze tijdrit dubbel zo lang was als deze editie in 2021.

Image

Etappe 21: Chatou - Parijs (117,5 km)

Nog één dag, nog één kans. Na alle plichtplegingen, glaasjes champagne, foto’s en het maken van grappen en grollen in het peloton is het op de slotdag van de Tour de France tijd voor de traditionele sprint op de Champs-Élysées. Na een paar rondjes over de brede wegen in Parijs zit de 108ste Tour erop. Welke sprinter slaat (opnieuw) zijn slag? Mark Cavendish is er niet bij dit jaar, maar hij is nog altijd recordhouder op deze plek. Liefst vier keer was de Brit het rapste.

Image
Post Reply